De berggebieden van de Frans Auvergne, in het Massif Central, zijn ontstaan door vele vulkanische uit- barstingen, voortdurende erosie en gletsjers in ijstijden. Eén van de vier departementen van de provincie Auvergne is Cantal, waar de overblijfselen nog zichtbaar zijn van een miljoenen jaren oude vulkaan met als hoogste toppen de Plomb du Cantal (1.855m) en de Puy Mary (1.787m). Rond het centrum van deze vulkaan zijn stergewijs lieflijke valleien ontstaan, met berg-stroompjes, watervallen en rijk met bloemen bezaaide weiden. Op talloze plaatsen borrelt zuiver water op uit eeuwenoude bronnen.

 

Ter bescherming van de indruk-wekkende natuur, is het Parc Naturel Régional des Volcans d'Auvergne opgericht. Het natuurpark heeft een oppervlakte van 348000 ha en telt niet meer dan 90.000 inwoners. De flora is rijk aan 2000 verschillende plantensoorten en de fauna is gevarieerd met herten, reeën, moeflons, gemzen, wilde zwijnen, marmotten en vossen. In de lucht buizerd, arend, rode en zwarte wouw.  Op de vruchtbare bodem grazen de, veelal gebelde, bruine Salers-koeien. Van de melk berei-den de boeren de smakelijke  wel 40 kg wegende Cantal-kazen.

Cantal

Mei 2005
Intro

Karin heeft besloten de Grote Zakken Tocht niet te lopen.  Nu zijn superlatieven niet mijn sterkste punt. Relativeren wel, maar dat vlakt ook alle goede scherpe kantjes af.  Maar in dit geval komt er toch een soort juichend gevoel binnen walsen, onmogelijk om er niet aan toe te geven. Yeahhhhhhhh! Twee weken, drie weekenden in plaats van een dag of tien! Onze eerste vakantie.

We gaan de GR 400 lopen. De GR 400 is een rondwandeling in de Cantal, een oud vulkaangebied in de Auvergne, onderdeel van het Central Massif.

 

Heenreis, zaterdag en zondag 14 en 15 mei

Rechts de eerste fraaie blikken op de bergen van de Puy de Dome. Maar wij gaan links, we gaan in Vichy overnachten. Het hotel is redelijk, maar eigenlijk te duur. Ze snappen daar nog niet dat niet iedereen komt om scheten te laten in medicinaal water. En zo waren we dan ook blij met een restaurant  midden in een park met een meer informele sfeer. De kroeg die wie later te pakken hebben is nog beter. Absoluut louche, dus spannend. We raken in gesprek met een Marokkaan. Een aantal dingen zijn duidelijk: wij spreken slecht Frans, er komen nooit toeristen in deze kroeg en hij is een alleraardigste vent. Als z’n vriend er bij komt is de chaos compleet. Normaal spreekt hij Frans en is nuchter, maar nu is hij dronken en spreekt Portugees. Hij heeft hele verhalen, vol overtuiging, gang, het rolt er allemaal uit, maar niemand weet waar het over gaat. Time to go, het welgemeende aanbod van de Marokkaan om bij hem te overnachten slaan we af.

Volgende morgen: asbakje mee, want er waren er toch twee en we laten ook de handdoeken al netjes liggen. Via St. Flour rijden we naar Bergpension Le Clou bij Thiézac waar we door Tedje en Harry hartelijk ontvangen worden. Rust! Lekker biertje op het terras, een fantastische kamer met uitzicht op de bergrug. Wat een plek is dit, geweldig! ’s Avonds eten we samen met de andere gasten.

Maandag 16 mei, Le Clou - Puy Gros (10 km, 770 m stijgen, 340 m dalen)

Rond de klok van tien uur vertrekken we, lopen! Jaap (Saab) blijft bij Tedje en Harry.  We krijgen van hen couscous-salade mee, wat later bij de lunch in de warmte lekker fris is.  Want het is mooi weer en omdat Le Clou hoog ligt kunnen we gelijk genieten van een fantastisch uitzicht. De afdaling naar Thiézac is steil, dus als we in het dorp zijn hebben we al wel een kopje koffie verdiend. In combinatie met een sigaret  is daarmee ook een eerste confrontatie met een Frans hangtoilet een gegeven.  Maar elegant afhurken in combinatie met een krampachtig vastklampen aan de greep is, voor mij, tamelijk onmogelijk. Wat als dat ding loskomt van de muur? Kijk, bij een gewoon toilet zitten er ook wel eens vloerbouten los. Maar dan ga je gewoon andersom op de pot zitten en kan je toch gewoon je rechterbil optillen.

Het avontuur loopt goed af en dat sterkt ons voor het echte werk,  we gaan flink en lang stijgen. Eerst in de schaduw maar later in de brandende zon. Als we op de bergrug zijn is het ergste voorbij, maar ik zie aan mijn dame dat haar grenzen zijn bereikt. Stoppen dus en maar goed ook, want als even later het tentje staat begint het te hagelen. Dat is van korte duur, maar het is inmiddels behoorlijk afgekoeld en het waait stevig. Naar twee kanten prachtige vergezichten en Le Clou zien we nu aan de overkant liggen. We maken wat droogvoer nat en warm en besluiten de maaltijd en de dag met een Berenburgje en een sigaret.

Naar de Puy Gros

Net gestart

Naar de Puy Gros

Net voor de afdaling naar Thiezac

Op de bergrug

Onze plek voor de nacht op de bergrug

Op de bergrug

Zicht vanuit de tent, niet slecht... Aan de overkant Le Clou

Op weg naar Murat

Niet veel, maar toch...

Op weg naar Murat

Het trekt dicht...

Op weg naar Murat

Op de top van Le Plomb du Cantal

Dinsdag 17 mei, Puy Gros - Murat (17,5 km, 325 meter stijgen, 975 meter dalen) 

Het  waait nog steeds, het is koud en mistig. Eerst nog flarden, maar als we langzaam stijgen trekt het helemaal dicht. We hebben maar één paar handschoenen bij ons, dus Karin draagt de linker. Aan de voet van de Plomb du Cantal doemen er mensen op in de mist. Vader en dochter, Duitsers. Ze wijzen ons de weg en een half uurtje later staan we op de top. Maar nog steeds in de mist, dus een snelle foto en gelijk aan de bak voor de afdaling. Het pad is lastig te volgen, ook in mooi weer zoals ik een paar maanden later merk.  Uiteindelijk wordt het steil afdalen dwars door de natte hei.

Beneden schijnt de zon, dus het leed is snel geleden. Maar we besluiten wel een stuk van de route af te snijden om een beetje op schema te blijven. Op het terras in Albepierre-Bredons zoeken twee honden ons gezelschap. Het moeten onze rugzakken zijn die hoge verwachtingen wekken bij deze jongens. Samen goed voor honderdzestig liter inhoud en dat zijn héél veel kluiven en hondenbrokken. Dus ze grommen en blaffen iedereen vakkundig van het terras en als er even niets te doen is liggen ze aan onze voeten.

We zetten het tentje weer op in Murat, op de gemeentecamping.  We lopen het stadje in om een hap te eten en we vinden na wat zoeken een heel goed restaurantje. Een extra paar handschoenen kunnen we niet vinden, maar die blijken we ook niet meer nodig te hebben.

Woensdag 18 mei, Murat - Le Lioran (18,5 km, 790 meter stijgen 510 meter dalen)

Weer mooi weer! Als we buiten Murat het bos inlopen zien we een imker met een zeis. Nu hebben wij niet veel kennis van de bijenteelt en honingproduktie. En zeker niet van de Franse gebruiken in deze. Maar bij deze combinatie kunnen wij ons werkelijk niets voorstellen. Of het moet een gereïncarneerde bij zijn waar de duivel in is gevaren. Die gedachte laat ons maar moeilijk los. Ook omdat de man plotseling in het niets is verdwenen. Als we stoppen om een kop koffie te maken kijken we goed om ons heen. 

We stijgen nu langzaam maar zeker. We verlaten het bos en lopen door een prachtig glooiend landschap.  Als we hoger komen steekt de koude wind weer op. Een volgende rustplek moet dan ook beschutting bieden en we vinden een daartoe zeer geschikte kuil met hele fraai bloemen. Als we eenmaal zitten blijkt de kuil in andere opzichten minder te kwalificeren. We blijken midden tussen een soort vreemde keutels te zitten. Een determinerend onderzoek naar de herkomst ligt voor de hand, maar we kunnen ons beheersen. Want mogelijk is deze beerput met bloemen een zeldzaam agricultureel verschijnsel.

We gaan nu langs smalle paadjes met redelijk diepe afgronden en het wordt nu spannend voor Karin. Maar ze slaat zich er dapper doorheen. Op het hoogste punt van vandaag, een subtop van de Puy Bataillouse, blijven we dan ook niet lang hangen en gaan weer afdalen. Met voldoende water kan je boven blijven, maar het is hard gegaan vandaag in het warme stuk. Dus naar beneden, naar Le Lioran. We zien nog een reebok, hij ons ook. Even later lopen we langs de afgebrande Buron de Meye Costes.

 Een buron is een boerderij die alleen in de zomer wordt gebruikt. Verderop naar beneden komen we de eigenaar en z’n dochter tegen. Ze scheuren op een quad naar boven.  Ze vertellen ons dat een rugzakwandelaar daar een vuurtje gestookt heeft, met alle gevolgen van dien.  Op dat moment schamen we ons voor onze soort.

Le Lioran zal in het wintersportseizoen zeer aangenaam zijn. Nu is het een uitgestorven gat. Maar er is gelukkig één restaurantje open, dus we kunnen een pression drinken, eten en de waterflessen bijvullen. We zijn de enige gasten. Dat betekent dus een gesprek met de patron. We zijn moe en gebruiken een in Frankrijk meestal goed werkende gesprekstechniek. Herhaal het laatste woord van de zin in vragende vorm en ze ratelen weer lekker door. En als je afscheid neemt zeggen ze ook nog dat je zo goed Frans spreekt. Zo niet hier. Hij begrijpt heel goed wanneer wij er juist geen fuck van begrijpen. En moet dan erg lachen en gaat het nog een keer uitleggen. De kern van het verhaal is dat hij ons als Europeanen ziet. Maar hij houdt niet van de EG en ook niet van de Euro. Maar we mogen er wel mee betalen. Heel vermoeiend. We zijn blij als we ons tentje weer hebben staan. Niet heel ver van de plek waar ze een nieuwe tunnel voor de N 122 bouwen. Vrachtwagens rijden af en aan, maar we zijn zo moe dat we er geen last van hebben. 

Naar Le Lioran

Pittig!

Naar Le Lioran

We komen op hoogte

Naar Le Lioran

Heel veel schapenkeutels, maar uit de wind!

Naar Le Lioran

De uitzichten komen

Naar Le Lioran

Karin doet het!

Naar Lioran

Le Puy Mary op de achtergrond

Donderdag 19 mei, Le Lioran - Le Claux (17,5 km, 520 meter stijgen, 640 meter dalen)

De pittige afdaling daags ervoor betekent nu gelijk buffelen. Terug naar de bergrug, via een andere route, op naar de Puy Mary en dan naar Le Claux. Op de rug blijken we in een populair wandelgedeelte aanbeland te zijn. Gisteren kwamen we niemand tegen, maar vandaag een stuk of tien mensen. Waaronder twee keer twee Nederlandse dames die geboekt hebben via SNP. Het eerste stel waren we direct na vertrek uit Le Clou al tegengekomen. En omdat je hier bijna niemand tegenkomt is dat extra leuk. Twee keer praatje pot.

We lopen nu op hoogte en ver beneden ons zien we een kinderzomerkamp bij een boerderij. Moeilijk te spotten, maar erg goed te horen. Eerste hoogtepunt is de Col de Cabre, een fabuleus uitzicht naar beide kanten van de rug. Dat uitzicht is er bij de Brèche de Roland ook, maar daar letten we dan even niet op. Het is een soort in de bergrug geslagen bres. Een korte steile rotsige afdaling en klim, klauteren. De rugzakken moeten af, dat is nu te gevaarlijk. We geven ze aan elkaar door. We doen het met spanning in het lijf, maar we bewaren de rust. Weer boven hebben we natuurlijk een sigaretje verdiend en een kusje, deze ‘passage delicat’ hebben we gehad.

Nu komt de Puy Mary in zicht. Een populaire berg, ook omdat je er met de fiets en de auto goed kunt komen. Hier en daar ligt nog sneeuw. Onze route loopt over de Mary, maar direkt daarna ook weer honderdzestig graden terug. Dat vinden we als trekkers toch wat overdreven, we lopen er dus langs. Nooit een top om de top. Het is van ’s morgens af al erg warm en raar genoeg wordt dat naarmate we hoger komen alleen maar erger.

We zijn dan ook blij dat we in het Bois de Nolly Lavialle belanden, lekker in de schaduw. In Le Claux staan we weer op de municipal. Ik probeer ergens in te schrijven en te betalen, maar beide zaken lukken niet. Niet zo heel erg, want in het dorp zit een meer dan uitstekend restaurant waar we onze besparing uit kunnen geven. We hebben inmiddels geleerd om de bediening te sturen op het door ons gewenste eettempo. Als je sommige Fransen laat gaan, rammen ze de gangen er met een bloedtempo doorheen. En zo krijgen de Coquilles St. Jacques de plaats die ze verdienen.

Vrijdag 20 mei, Le Claux - Le Falgoux (12,5 km 515 meter stijgen 660 meter dalen)

We verlaten het dorpje. De eerst bewegingen maken meer in Karin los dan ze wil. Maar het is beter om er aan toe te geven. Ik loop discreet een stukje verder, maar na een paar hoogtemeters en een bochtje krijg ik naar beneden kijkend ongewild toch een blik op een fraai stuk natuur. Laten we deze sfeer nog even vasthouden. Twee kilometer komen we een strontkar tegen. Het fraaie zit ‘m in de tekening van de stront op de kar, een soort gezicht, de kar is iemand. Hoe het komt weet ik niet, maar ik moet ineens aan onze goede vriend Willem denken.

Het is weer een mooie dag. We lopen het bos in en even later zijn we het pad kwijt. De bewegwijzering is hier slechter dan op andere delen van de GR 400. Natuurlijk komen we er weer uit, maar een steile doorsteek omhoog moet ons daar bij helpen. Vanaf de nieuwe rug, met de fraaie naam Suc Gros ou le Peylat, zien we mannen een afrastering plaatsen. Een aparte klus hier in de bergen, we maken studie van hun systeem. 

Wat nu Cantal is was vroeger de grootste vulkaan van Europa. Die is met een enorme knal ontploft, waardoor nu het centrum van de vulkaan niet heel duidelijk is aan te geven. Maar wel hebben gletsjers rondom in alle richtingen dalen uitgesleten. Daar tussen in lopen de brede vaak grassige bergruggen, we lopen nu op één van hen. We zijn nu vrij noordelijk in het gebied en zien de ruggen, langzaam naar beneden lopend, eindigen. Prachtig.

Als we pauzeren blijkt Karin op haar bril te zijn gaan zitten. Die zit nu zo scheef op haar gezicht, dat het moeilijk is haar serieus te nemen. Elke keer als ik naar haar kijk of als ze iets zegt,  schiet ik in de lach. En als zij mijn lach overneemt hebben we officieel samen de slappe lach. Of het daardoor komt weten we niet, maar we hebben wat minder oog voor de omgeving, we lopen weer verkeerd. En de shortcut die ik op de kaart zie, is serieus verboden toegang. Dat worden dus drie extra kilometers. Karin doet het enige juiste wat je kunt doen op zo’n moment: koeien fotograferen. Die lopen nooit verkeerd.

We stampen de laatste kilometers er uit en we pakken de eerste de beste kroeg in Falgoux. De pression smaakt zeldzaam lekker. En de schoenen uit, de blote voeten in het koele gras. Het tentje zetten we weer op de gemeentecamping, we zijn de enigen! En kunnen weer niet betalen. ’s Avonds eten we in één van de twee dorpskroegen.

Op weg naar Le Claux
Op weg naar Le Claux
Op weg naar Le Claux
Op weg naar Le Falgoux
Op weg naar Le Falgoux
Op weg naar Le Falgoux
Op weg naar Le Falgoux
Op weg naar Le Falgoux
Op weg naar Le Falgoux
Bij Falgoux
Zaterdag 21 mei, Le Falgoux

Een kilometer na vertrek meldt Karin dat ze last heeft van haar enkel. Ze blijkt er gisteren ook al mee gelopen te hebben (niets gezegd natuurlijk), maar hoopte dat het vandaag mee zou vallen.

We proberen het nog even. Maar eerst moet ik uit de broek. Mijn missie is weldra succesvol afgerond en vormt de basis voor een missie van een andere orde. Die van de vliegen. Niet een stuk of tien die elk een flink stuk van de taart nemen, nee het zijn er op z’n minst tweehonderd die met veel minder genoegen nemen. Maar natuurlijk wel van hoge kwaliteit.

Met de enkel gaat het niet beter. Nu is het beeld van Karin als weerloze vrouw ergens in de bergen mij niet onwelgevallig. Maar dat alleen als ik er bij ben. En iemand zal toch boodschappen moeten doen. We draaien dus om en met enige trots kan ik Karin op de missie der vliegen wijzen. Even later zetten we het tentje weer op. De camping is nog steeds leeg. We besluiten hier een dag te blijven. Dat is geen straf met het nog steeds fantastische weer. Even het dorpje in, beetje eten, beetje slapen, vrijen in de zon. Voordat we het weten is het al weer biertijd. En als we zitten te eten barst het onweer los en komt de regen met bakken uit de hemel.

 

Zondag 22 mei, Terug naar Le Clou

’s Morgens is de regen wat minder geworden, maar het onweert nog steeds. Verder en omhoog gaan we vandaag dus niet, maar we hebben ook geen zin om hier nog een dag te blijven hangen. En de GR 400 kunnen we nu, gezien de tijdsplanning, niet meer afronden. We besluiten om terug naar Le Clou te gaan. Vraag is alleen hoe we hier wegkomen. Want we zitten hier echt in het midden van nergens. Geen mobiel bereik, geen openbaar vervoer. We vragen aan de kroegbaas of hij iemand weet die ons naar Le Clou kan brengen.

Een uur later rijdt hij ons in zijn Renault er heen. Het is voor hem leuk Tedje en Harry te ontmoeten. Ze hebben gezien de wandelarrangementen wel contact gehad met elkaar, maar elkaar nog nooit gezien. Laat staan dat hij ooit een kijkje bij Le Clou heeft genomen.

 

Tenslotte

We pakken nog een rondwandeling vanuit Le Clou met de l'Elancèze als hoogtepunt in elke zin van het woord. De dag daarop reizen we af naar Paleyrac waar onze vrienden Willem en Belia na hun trekking in de Dordogne een huis hebben gehuurd. Genoeglijke avond, ze laten ons van streekgerechten genieten en dat doen we samen met hun vrienden Henny en Cees. Willem moet ’s morgens de eendenborst en de, door hem bij voorkeur direct uit het potje gelepelde crème fraîche, weer kwijt. We blijken een vooruitziende blik te hebben gehad: Willem ís de kar! Maar dan nu één op een pot achter tralies.

Nog een paar dagen op een camping bij Les Ezyies en via Honfleur weer terug naar huis. Daar is een zware storm voorspeld en we willen de Lowland Conquest wel eens in die omstandigheden zien.

Outtro

Geen storm maar wel een vette vakantie achter de rug, met als absoluut hoogtepunt de Cantal. Jammer dat we de GR 400 niet hebben kunnen ronden, maar de indrukken waren groots en we hebben een uitstekend excuus om weer eens terug te gaan. Dat Le Clou weer uitvalsbasis wordt staat vast.

We nemen je nog even mee terug naar het moment dat de kroegbaas ons afzet bij Le Clou: onze wandelstokken hebben we in de kroeg in Le Falgoux laten staan. Die moeten dus nog gehaald worden, Jaap moet in aktie komen. Dwars door de Cantal. Geen probleem, hij houdt van bochtjes aansnijden en vindt het stoer om  bergop te versnellen. De autorit maakt diepe indruk op ons. Een triest maar tegelijkertijd ook heel fijn gevoel. Het is een combinatie van de bergen, de zware regen, Tara Angell op de cd-speler. Maar vooral het besef dat we heel erg veel van elkaar zijn gaan houden.

’s Avond klaart het op en we zien een volle maan langzaam boven de bergrug verschijnen.

Amsterdam, juli 2006.

Tekst: Leendert P. Bakker

Foto’s: Karin D. Moor en Leendert P. Bakker

Cowshead, Amsterdam / cowshead at telfort.nl / © 2008-2020 by Cowshead.