The West Highland Way
is 152km (95 miles) long. The walk links Milngavie to Fort William - from the outskirts of Scotland’s largest city to the foot of its highest mountain, following the shores of its largest freshwater loch.
It passes from the lowlands, across the Highland Boundary Fault and on into the Scottish Highlands. Much of the Way follows ancient and historic routes of communication, and makes use of:


The drove roads along which highlanders herded their cattle and sheep to market in the lowlands.

Military roads built by troops to help control the Jacobite Clans.

Old coaching roads and disused railway lines from the more recent past.

The route passes through Mugdock Country Park, follows the shores of Loch Lomond, passing Ben Lomond, through Glen Falloch and Strathfillan, crossing Rannoch Moor, past Buachaille Etive Mor to the head of Glencoe, climbing the Devil’s Staircase, descending to  the Loch Leven before entering Lairigmor and Glen Nevis and finishes at Gordon Square in Fort William.

West Highland Way

Mei 2004
Intro

Dit jaar gaat het allemaal anders. Paul, m'n vaste loopmaatje, heeft dit jaar een razend druk programma op zijn werk. En hij gaat met Joke een kleine vier weken naar Canada en Amerika. Daarmee is er geen gezamenlijke hike dit jaar. Voor mij is de keus dan snel gemaakt. Paul heeft de West Highland Way (WHW) namelijk al eens gelopen, nu is het mijn beurt.

De vraag is nog wel of het verantwoord is om het in je uppie te doen. Maar volgens Paul is de WHW minder zwaar en beter bewegwijzerd dan de Coast to Coast Walk. En het is een druk belopen lange afstandspad.

De West Highland Way in Schotland volgt globaal een van oudsher belangrijke verbindingsroute tussen iets boven Glasgow en Fort William. Deels gebruikt door militairen, deels door veedrijvers.

 

Voorbereiding

Op internet kom ik de cursus bergwandelen van de Nivon Bergsportgroep Amsterdam tegen. Dat lijkt met het oog op volgende tochten een goed plan. Tijdens het eerste praktijkweekend in de Ardennen belanden Willem Fox en ik in een groepje van twee, waarbij ook de donkere observerende ogen van Chantal niet onvermeld mogen blijven. Willem blijkt ook de WHW te gaan lopen, hij vertrekt daags na mijn terugkomst!

 

Daarnaast is Willem op een leuke manier met materiaal bezig en is geen vervelende jongen in de omgang. Dus naast de stevige wandelingen op de zondagen met Brenda en Bikkel wordt er ruimte ingelast om met z'n tweetjes een weekend te gaan lopen. Met rugzak en tent natuurlijk. We combineren dat met een oefening kompaslezen, onderdeel van de cursus bergwandelen, bij Harderwijk. Brenda brengt ons op 24 april naar Vaassen, vanwaar we via Elspeet naar Harderwijk lopen.

 

Het is een bijzonder mooie wandeling door het Kroondomein en over de Veluwse hei. Willem heeft allerlei spulletjes bij zich, van erotische verlichting tot een stappenteller. Een beetje verwarrend wel als Willem op z'n horloge kijkt en deze cijfers als stappen presenteert. Maar in Elspeet maakt de zwaartekracht een einde aan de verwarring: de stappenteller valt op de grond en bliept alleen nog maar. Overdag geen punt, maar er moest ook nog geslapen worden. Het blijkt dat als je de stappenteller omwikkelt met twee paar sokken, een gebruikte onderbroek en een fleecetrui, je het bliepen niet meer hoort.

 

We belanden 's avonds in Speuld bij boer Aart in de voortuin. Aart heeft hele verhalen en we zijn blij met een spijkerhard excuus: de tentjes moeten opgezet worden. Willem gebruikt een Hilleberg Nallo 2, kiest voor iets meer gewicht en comfort. Zijn Terra Nova Solar Minor mag ik gebruiken en ik krijg opzetles. Nog nooit iemand met zoveel liefde en kennis van zaken een tentje op zien zetten! Uiteindelijk gaat de Solar Minor, with kind permission of Willem, mee in de rugzak naar Schotland. Ongeveer anderhalve kilo en compact, duidelijk in het voordeel ten opzichte van mijn Louis Sponsor tentje.

Van Paul krijg ik maaltijden, tussendoortjes en diverse poederdranken mee. Rest me nog hardkeks en wat praktisch beleg te kopen. Als kaart kies ik voor de stripmap van Harvey, van Willem leen ik het Cicerone gidsje van Terry Marsh. Informatie over de loop pluk ik van internet: www.west-highland-way.co.uk .
 

Heenreis

Zoon Sjoerd en zijn vriendin Sugee brengen me op 7 mei 's middags naar IJmuiden. De reis gaat weer met DFDS-Seaways naar Newcastle, een uitermate prettige manier van reizen. Relaxt en met besef van afstand. Gladde zee, prima buffet en 's avonds in de bar een gesprek met Annie en Gerben uit Drachten. Zij doen een minitour Newcastle en Annie is teleurgesteld dat ze twee éénpersoons-bedden hebben. Annie werkt bij een uitgever van een autocross blaadje en doet zowel administratie als acquisitie. Ze ziet in mij een potentiële adverteerder, helaas moet ik haar teleurstellen.

 

Treinen blijkt duur in Groot Brittanië, voor een enkeltje Newcastle - Glasgow betaal je 44.50 pond. Maar goed je mag dan wel drie uur treinen, zo'n twee uur in de trein naar Edingburgh en dan nog een ruim een uur om in Glasgow te komen.
 

In die tijd ben je ook heel Nederland door. Misschien een volgende keer toch vliegen? Goedkoper, sneller maar zonder de eerdere genoemde voordelen. Bovendien gaan anderen voor jou bepalen wat je niet mee mag nemen, en gooien letterlijk je rugzak op een lopende band. En dat kan ook een verkeerde zijn, armoe. Ik weet het nog niet.

 

Zaterdag 8 mei 2004, Milngavie - Drymen, 18 km.

Om ongeveer 14.30 uur sta ik op het station van Milngavie, er kan gelopen worden. Het begint al lekker als ik in het centrum van Milngavie de start van WHW niet kan vinden. Dat is overigens voor mij nagenoeg het enige moment van onduidelijkheid, de WHW is zeer goed bewegwijzerd. Ongevraagd wordt me door een aardige dame de weg gewezen. Het is voor Schotse begrippen uitermate mooi weer, zon en een graad of twintig.

 

De eerste stop is bij Craigallian Loch, een mooi meertje. Tijd voor een chocoladereep en een sigaret. Even later een eerste 'wow'moment als de Dumgoyne in zicht komt. Een stevige puist in het landschap. De pas zit er nu stevig in, ik verbaas me zelf met een heuse zes km per uur. Nog weinig verval uiteraard. Donkere wolken pakken nu samen en in de verte de eerste rommelgeluiden. Iets verder is een pub, de Beach Tree Inn, en ik verwacht deze voor de bui te kunnen bereiken. Dat lukt dus net niet en even later sta ik als een gek te werken om de schade te kunnen beperken. Niet eerst even wat rustige druppeltjes, nee hoor alles in één keer open.

 

In de pub de bui maar even afgewacht. Maar het duurt nog al en ik besluit om hier dan maar een warme hap te nemen. Hier ook de eerste ontmoeting met een tochtgenoot, een Engelsman, we noemen hem Wijnvlek. Hij doet de loop op basis van bed & breakfast en vanaf Drymen zal z'n zwager met hem mee lopen. Rond de klok van halfnegen loop ik het kampeerterreintje van Easter Drumquhassle op. Niet veel te doen aldaar en de beleving van deze eerste rustige avond zal in schril contrast blijken te staan tot de rest!

 

In een overkapping, het regent nog steeds, zitten een Engelsman en een Australiër. Ze bieden me een kop thee aan. De Australiër is niet voorzien van kaart en/of documentatie en maakt van zijn kans gebruik om informatie van ons over te pennen. Als ik al lang in het tentje lig komen de bewoners van één van de houten overnachtings-wigwams binnen. Ik hoor dat het Belgen zijn en ik zal ze tijdens de loop elke avond gaan ontmoeten.

 
Zondag 9 mei 2004, Drymen - Rowardennan, 27 km.

Om halfzes ben ik wakker en slaap tot zes uur uit. Onder de overkapping spreek ik één van de Belgen, ze zijn met z'n zessen, en ze blijken in de pub in Drymen Jan Wouters ontmoet te hebben. Om halfacht is het lopen geblazen en dat blijkt een perfecte vertrektijd te zijn om in alle rust voort te stappen.

De route voert over Conic Hill, maar in verband met lammerende schapen is deze, nog, afgesloten. Vlak na aanvang van de omleiding een eerste blik op Loch Lomond.

Dat meer bereik je vervolgens in Balmaha. Het is er mooi, betrekkelijk druk en verderop langs het meer veel kabaal van waterscooters. Wijnvlek zit in Balmaha in een parkje. Zijn zwager blijkt zich, change of plans, nu hier bij hem te voegen. Dat wordt dus wachten voor hem, want het is nog in de morgen.

In het hotel in Rowardennan zingt en speelt een gitarist. Als ik binnenkom speelt hij Fire & Rain van James Taylor. Hoe is het mogelijk, binnenvallen met je neus in de Americana-boter. De rest van wat hij speelt is wat minder Americana, maar qua songkeuze nog steeds heel aardig. Het Four Seasons In One Day van Crowded House is wel heel toepasselijk voor hier in Schotland. Er zitten vier mensen aan de bar, waarvan er twee klappen. Dat is incluis deze jongen. Beetje zielig zo. De Zes Belgen komen binnen, maar verdwijnen gelijk naar het terras.

 

Na twee pints of lager vind ik het welletjes en loop een paar kilometer verder om m'n tentje op te zetten. Het is een bivakplaats: geen faciliteiten, kamperen voor één nacht toegestaan. Mooi plekje, alleen in een stuk bos, naast een beekje. Het tentje en matje kunnen drogen, want die zijn deze morgen nat van regen en condens ingepakt. Al gauw begint het te betrekken, nu ben ik op tijd klaar en ga lekker in het tentje liggen als het begint te regenen.

 

Tijd om eens even wat aan de blaren te doen, want het vlakke parcours van de eerste twee dagen en het gewicht van de rugzak heeft z'n tol geëist. Blaren onder beide hakken. Dat prikken blijkt nog knap lastig te zijn. Maar goed, hak in positie houden èn blaren prikken in een Solar Minor is dan ook niet behandeld op de Nivon cursus bergwandelen. Na een half uurtje mieren en slechts één geprikte blaar geef ik het op, dan maar gewoon doorlopen. Even later een dichterbij komend bulderend geluid.
 

Vanaf de Ben Lomond komt door het beekje een aangezwollen watermassa naar beneden geraasd. Indrukwekkend! Tijd voor inspectie en ik speur de omgeving af op eventuele sporen van eerdere overstromingen. Niets te zien gelukkig.

 

Ik besluit niet buiten in de regen m'n potje te gaan koken. En in de Solar Minor kan dat niet. Dus terug naar het Rowardennan Hotel. Daar is het nu stampvol en de gitarist, het is nu zo'n drie uur later, speelt nog steeds! In het bar gedeelte is geen plaats meer om te eten, dus verdwijn ik naar een ander gedeelte van het hotel. Lekker bordje pasta met saus, koolhydraten. Geen zin om daarna de pub in te gaan, ik loop in het schemerdonker naar de tent. Qua planning lig ik nu precies op schema, maar ben een beetje ongerust over wat de blaren morgen gaan doen.

 

Maandag 10 mei 2004, Rowardennan - Inverarnan, 20 km.

Weer een mooie dag, het beekje heeft weer normale proporties aangenomen. Wel wordt de tent weer nat ingepakt. Het heeft tot nu toe 's nachts nog niet gewaaid en daar is de ventilatie van de Solar Minor wel op gebaseerd. Al snel ben ik bij Ptarmigan Lodge en nu moet de afslag richting onderlangs het water snel komen. Maar deze blijft uit, althans ik moet 'm gemist hebben. Nu was ik toch al van plan om de alternatieve route bovenlangs te nemen. Dus een ramp is het niet, maar ik had toch graag de afslag gezien. De route bovenlangs is een breed pad, makkelijk lopen, maar je stijgt wel gestaag. De mouwen worden opgerold, maar dat kan niet voorkomen dat er stevig gezweet wordt. Als de routes weer samenkomen verandert het karakter van het pad, het zoekt zich al kronkelend een weg tussen de oever, bomen en de steile helling. Er zit één gevaarlijk stukje in, een schuin stuk afgesleten gladde rots zonder houvast en een afgrond. M'n hart bonkt als ik er, met mijn gewicht zoveel mogelijk naar de veilige kant, over schuifel. Gelukkig blijkt dit stukje éénmalig te zijn.

Inversnaid is een welkome onderbreking. Ik ben wel verbaasd dat er al zoveel lopers op het pleintje zitten, ik ben toch ver voor de groep uit vertrokken. Het hotel mag door wandelaars alleen achterom en zonder schoenen betreden worden. Liever stank dan modder zal het devies zijn. Binnen ontmoet ik een grote groep Schotten, ze zijn in totaal met achttien personen. Ze lopen voor het goede doel. Twee broers hebben ieder hun vrouw verloren door kanker. Het toeval wil dat ze allebei Linda heetten, de groep is naar hen genoemd: the 2 Linda's. De opbrengst gaat naar de kankerbestrijding. De Schotten gaan aan de pints of lager, ze hebben afgesproken er hier drie te drinken om dan weer verder te gaan. Ik hou het bij een kopje koffie en vul m'n waterflessen. De Schotten vertellen me dat het volgende stuk zwaarder is dan het voorafgaande, eerlijk maar geen oppepper. Net als ik weg wil gaan ontmoet ik Rik. Hij loopt met zijn vriendin Jolien, ze studeren allebei geologie in Utrecht. Ook zij lopen met tent en slaapzak op de rug. We besluiten samen een stuk op te lopen. Ze hebben een stevige pas en het kost me moeite om bij te blijven. Van Rik snap ik het, grote vent met dito voeten. Jolien is tenger maar stapt dus net zo snel als Rik! De sluiting van Rik zijn rugzak is kapot en hij heeft een knoop in de banden gelegd. Hij moet dus 'in z'n rugzak stappen' en deze dan omhoog hijsen. Er zijn lopers die om deze reden altijd een reservesluiting bij zich hebben, ik de volgende keer ook. Zo'n sluiting is kwetsbaar, zeker als de rugzak ergens op de grond in de pub staat. Rik en Jolien blijken in de Rowchoish Bothy te hebben geslapen, halverwege Rowardennan en Inversnaid. Dat verklaart dus de aanwezigheid van meerdere lopers in Inversnaid. Een bothy is een soort hut zonder faciliteiten. In dit geval alleen een overkapping.

Iets voorbij Island I Vow is de kronkelellende voorbij en begin we langzaam afscheid te nemen van Loch Lomond. Dat kan met hele fraaie terugblikken ter hoogte van Cnap Mor. We vinden nog een heus slangetje, niet groter dan een forse pier. Ik duw hem met m'n stok van het pad af en voel me net een padvinder die z'n goede daad heeft gedaan: Scottish Snake rescued by Dutch Hiker.

Het eindpunt van vandaag is Beinglas Farm, ook voor Rik en Jolien. Eigenlijk had ik vandaag tot ongeveer Crianlarich willen komen, maar de tocht was zwaar en kostte veel tijd. Bovendien verschijnen er nu serieuze luchten aan de horizon en komt het in de verte rommelende onweer dichterbij. We zijn blij net op tijd op de boerderijcamping aan te komen. Rik en Jolien zetten nog snel even het tentje op voor we het glas heffen op de loop van vandaag.

Onder de overkapping, waar ik mijn slaapzak en matje te drogen heb gehangen, ontmoet ik vier Schotse dames. Collega's, ze werken bij de Bank of Scotland. Het meeste contact heb ik met Liz. Liz vertelt dat ze nog door gaan naar Crianlarich, maar daarna teruggebracht worden, want ze overnachten hier. Het is de vraag of dat eerste verstandig is, het onweert en regent nog steeds. De volgende dag horen we dat er een loper is getroffen door de bliksem. De meisjes keren later op de avond totaal verkleumd en verregend, maar heelhuids, terug.

Van zowel de Zes Belgen als de 2 Linda's hoor ik dat ik beslist even in de Drovers Inn, een hotel/pub aan de overkant van de rivier moet kijken. En ze hebben gelijk, daar heeft de tijd echt stilgestaan. De typering bruine kroeg is niet voldoende, dit is een zwarte kroeg. Zo kennen we ze niet in Nederland. Allerlei opgezette dieren kijken ons aan, de kolenkachel brandt, er valt bier op de houten vloer, het is gezellig druk. Uiteraard zijn de 2 Linda's er en de Zes Belgen doen een polonaise.

Al te laat maak ik het niet, want morgen zal er flinke slag geslagen moeten worden. De blaren verergerden niet, dat ging eigenlijk zeer goed dankzij de variatie in de loop en ondergrond van vandaag. Maar ik zit niet op het zesdaagseschema, zelfs niet op het zevendaagseschema!

 

Dinsdag 11 mei 2004, Inverarnan - Bridge of Orchy, 31 km.

Het lukt me weer om halfacht te starten met lopen. De Bank of Scotland komt net als ik weg wil gaan de overkapping binnen lopen en we wensen elkaar een goede wandeling. Na het betreden van een weiland word ik verwelkomd door een lammetje. Het beestje draait al mekkerend om me heen en tussen m'n benen door. Het probeert te sabbelen aan de wandelstokken. Even later hoor ik mezelf roepen naar de vermoedelijke moeder. Ze kijkt me, niet erg verrassend, tamelijk schaapachtig aan…. In Nederland had je nu even bij de boer aangebeld, maar hier werkt dat niet zo. De vermoedelijke moeder heeft twee veel grotere lammetjes bij zich, zou dit kleintje door haar afgestoten zijn? Een paar kilometer verder stuit ik weer op een lam: dood, de darmen kronkelen vers aangevreten uit de buik. De route volgt nu de A82 en de spoorweg, maar er is voldoende compensatie in de vorm van vergezichten op indrukwekkende bergen.

Bij Crianlarich gaat de route het bos in en steil omhoog, buffelen. Hier zit je ongeveer op de helft van de totale WHW-afstand. De afdaling eindigt weer bij de A82 en beneden aangekomen is de Bank of Scotland net afgezet. Als ze zich realiseren hoe laat ik ben vertrokken krijg ik een applausje van de vier dames en, toegegeven, dat vind ik leuk.

 

In Tyndrum zitten de eerste twintig kilometer van vandaag erop en ik ga voor een stevige lunch bij de eerste tent die ik tegenkom: Little Chef. Een beetje vage en goedkope formule-tent, maar de ham & eggs smaken prima.

 

Na de lunch de resterende elf kilometer naar Bridge of Orchy en daarvan gaan de laatste paar niet echt soepel meer. Maar de pint of lager in de pub van het hotel smaakt prima en ze draaien er lounge. Dat past daar best wel, lekker relaxt. Ik rust dus nu ook niet meer uit, ik chill.

Maar ik verbaas me wel als Release The Pressure van Leftfield wordt ingezet. Dat nummer begint namelijk erg rustig en eindigt als dancekraker eerste klas. In het hotel weten ze dat blijkbaar ook, want net voordat het geweld losbarst draaien ze 'm weg. Zonde.

Liz van de Bank of Scotland komt bij me zitten, de andere meiden komen later. Liz heeft in Tyndrum nieuwe wandelschoenen gekocht en deze lopen zo lekker dat ze maar vast vooruit is gegaan. De Bank poseert nog even voor mijn foto, waarna het weer tijd is om het tentje op te zetten. Dat kan aan de overkant van de River Orchy, op een steenworp afstand. Met de slaapmuts zit het dus wel goed!

Op het kampeerplaatsje, zonder faciliteiten, staat een jonge Spanjaard die hier aan het fietsen is. Hij bestudeert mijn kaart om te bekijken of hij de WHW kan fietsen. Ik hoef het hem niet af te raden. Hij vraagt me of we in Holland Vlaams spreken en ik schiet in de lach: "They sure want us to, but no….".

Woensdag 12 mei 2004, Bridge of Orchy - Kingshouse Hotel, 19,5 km

Met het traject van gisteren zit ik weer helemaal op schema. Zelfs dat van zes dagen. Maar vandaag slaag ik er niet in om half acht scherp te starten. Liz gaf al aan dat ze het traject van vandaag erg mooi vindt (veel Schotten lopen de WHW vaker dan één keer). En ze krijgt gelijk. Het grootste gedeelte gaat door verlaten moorland, Rannoch Moor, en je kan kilometers van je af kijken. Dat heeft ook een nadeel, je ziet het pad in die hele verre verte gaan: wat een eind. Kingshouse Hotel is ver genoeg voor vandaag besluit ik, als het gaandeweg steeds moeilijker gaat. Op Ba Bridge zit een jongeman uit te rusten. We maken een praatje, hij blijkt uit Canada te komen, filosofie te studeren en hij heet Sean Crutcher. De opmerkelijke rugzak die hij bij zich heeft is een oudje, die van z'n vader. Niks zachte heupbanden en ook niet lekker tegen de rug, maar wel inclusief inhoud zo'n vijfentwintig kilo om mee te sjouwen. Hij wil ook tot Kinghouse Hotel, kampeert, dus het 'see you later' heeft hier meer betekenis.

Kort daarop ben ik echt niet meer vooruit te branden en wordt zelfs een beetje duizelig. Tijd voor een stop en de curry noodles moeten nu hun werk gaan doen. Brandertje op het gasflesje schroeven, water koken, even laten staan en eten maar. Dat werkt en het smaakt nog meer dan uitstekend ook. Bij Kingshouse Hotel zie ik Sean z'n tentje al op zetten, maar ik ga eerst voor een pint. Het is even zoeken naar de juiste plek, want hier is het hikersscum gescheiden van mensen met gewone schoenen. Ons gedeelte heet de Climber's Bar, maar desgevraagd blijken hikers dus ook welkom. Ik ben de enige gast en daar verandert een pint lang niets aan. Als ik de Solar Minor op ga zetten zie ik dat Sean z'n tent op een soort eilandje in de beek heeft gezet. Met een paar gerichte stappen via de stenen in het water ben je daar. Dat lijkt mij niet zo'n goed plan, ik zie mezelf vanavond al terugkomen uit de Climber's Bar! Gelukkig zijn er meer mooie plekjes. Sean gaat nog even bij de Beinn a Chrulaiste, de buurberg zeg maar, naar boven (857 meter). Deze jongen geeft de voorkeur aan een moorland verwerkende middagmeur.

Terug in de inmiddels stampvolle pub beland ik naast een drietal Engelse dames, ik schat van een jaar of zestig. Een beleefde conversatie volgt en als de dames vertrekken krijg ik een zakje chips, "you need salt boy during a walk" wordt er toegevoegd. De Bank of Schotland neemt hun plaatsen in en als ik naar de tent ga voor een koffiebreak, gaat Liz met me mee for a cup of tea. Eigen mok is dan verplicht en als ze die heeft opgeduikeld uit haar tentje geeft ze me een zakje cupakippesoup. Zakje chips, cup a soup, hoe lang blijf ik de zoon aller moeders....?

 

Sean, die zich inmiddels bij ons heeft gevoegd, en ik gaan naar de bar. Liz naar haar tent. Als ik daar een half uurtje zit wordt mij door Liz' collega's gevraagd wat ik met haar gedaan heb…… Gelukkig komt ze niet lang daarna binnen en vallen alle verdenkingen weg. Het is hier beregezellig, wat een heerlijke ontspannen sfeer. Sean en ik onderhouden ons over muziek en we kunnen ons allebei vinden in Radiohead. Zij het dat Sean ook hun laatste werk waardeert, terwijl ik deze fase nog probeer 'te begrijpen'. In de bar ook Lex Molenaar en Margreth uit Nederland. Zij volgen nu de WHW maar hebben
daarvoor een aantal trajecten van de Highland High Way gedaan. Dat is zeg maar de hogere variant op de WHW. Lex heeft een leuk verslag van hun ervaringen geplaatst in het Highland High Way forum op de Belgische hikingsite. Lex en Margreth trekken op met Nicole en Barbéra, twee leuke Tilburgse meiden die ze onderweg zijn tegenkomen.

 

Donderdag 13 mei 2004, Kingshouse Hotel - Kinnochleven, 13,5 km

Met de beslissing van gisteren om te stoppen bij Kingshouse Hotel, zijn er vandaag twee keuzemogelijkheden. In één ruk naar Fort William, zo'n vijfendertig km of stoppen in Kinnochleven. De laatste optie betekent geen Ben Nevis, de hoogste berg van Groot Brittannië, belopen. Maar betekent ook het plezier van 'going with the flow'.

 



 

Het wordt steeds leuker om je tochtgenoten weer te ontmoeten. En ik weet ook dat als ik kies voor Fort William ik redelijk kapot aankom en de Ben Nevis waarschijnlijk niets zal worden. Dus volgt een kort traject en de Devils Staircase is veel minder erg dan de naam doet vermoeden. Wel een pittig stukje hoor, maar heb je dat éénmaal gehad dan begint een lange en makkelijke afdaling naar Kinnochleven, wat je al van ver ziet liggen.

Er wordt gekampeerd op het grasveldje van Blackwater Hostel en achteraf blijkt dat Paul tijdens zijn WHW in mei 1999 hier de eerste gast was. Hij viel met z'n neus in de boter want hij wandelde bij toeval binnen op dag van de opening. Dat betekende gratis hapjes en drank, maar ook, als enige gast, bekeken worden door het rondgeleide gezelschap tijdens het douchen. Nou doet Paul veel voor gratis bier, dus dat was niet zo'n punt.

 

Tentje opzetten. Naast me is een Schot, Jimmy, die ook alleen en met volle bepakking loopt bezig. In het kader van mensen benoemen waarvan je de naam nog niet kent, blijken Lex en Margreth onze Schot 'Opa' te noemen. Jimmy is namelijk negenenveertig jaar, maar al wel opa… In de pub Egbert en (een andere) Paul, Amsterdammers. Paul heeft het wel zo'n beetje gehad en Egbert en ik doen pogingen hem op te peppen. Dat is niet gelukt, hij bleef de volgende dag in Kinnochleven voor extra rust. Terug naar Blackwater Hostel, even geslapen, onder een fantastische douche gestaan en daarna weer het dorp in om samen met Sean wat boodschappen te doen. Het supermarktje verkoopt Scotched Egg, wat een gekookt ei met een krokant laagje er omheen blijkt te zijn. Een meer dan uitstekende hikers-snack, want lekker pittig en gezien de ronde en elastische vormgeving rugzakbestendig!

Na de warme hap bij de tent nodig ik Sean uit voor een kop koffie. Sean drinkt geen koffie, maar thee, en heeft bovendien geen mok…. Dat is lastig, want ik heb ook maar één mok, die bovendien als waterkoker fungeert. Mokdelen, zoals Paul en ik dat altijd doen, is dus niet aan de orde. Maar Sean wordt enthousiast en zegt: "ok, then we'll have a total cook out". Die heftig klinkende term ken ik niet, maar het valt mee. Want even later liggen zijn en mijn spullen op tafel en zijn we bezig om water te koken. De warme thee gooit hij in z'n waterfles.

Hoogste tijd voor de pub en zo denken er meer over. Twee Schotse meisjes die vandaag al Fort William hebben bereikt, zijn zelfs teruggekomen naar Kinnochleven om zich bij 'de groep' te voegen. Egbert praat met Jimmy. Sean en ik onderhouden ons met een Schots stel en met 'the nurse'. Ze verlaat haar niet rokende vrienden af en toe om er samen met ons ééntje weg te blazen. Een kilt schuift voorbij en ik vraag haar wat de Schotse dames zoal dragen. En ze, de sfeer goed aanvoelend, antwoordt: boots and negligés…. Mocht ik onverhoopt ooit in ziekenhuis belanden, dan laat ik haar invliegen.

 

De 2 Linda's zijn er, de Zes Belgen, Lex en Margreth met Nicole en Barbéra, feitelijk is de hele pub in beslag genomen door lopers. Als één van de Zes Belgen een kilt van een Schot aankrijgt is het feest compleet en bereikt een absoluut hoogtepunt als een bagpipe speler het Schotse Volkslied inzet. Eén grote drinkende zingende lopersfamilie…..

Vrijdag 14 mei 2004, Kinnochleven - Fort William, 23,5 km

Vandaag lopen Sean en ik samen en Egbert en Jimmy ook. Na Kinnochleven is het gelijk buffelen, we stijgen naar zo'n driehonderd meter en lopen de regen in. Op de vlakte is het fris, het waait, we zien lopers met mutsen en handschoenen. Ónze volle bepakking staat garant voor voldoende warmteontwikkeling, wel gaan de jassen aan vanaf de eerste stop. Dat is bij de vervallen voormalige boerderij Tigh-na-sleubhaich, waarbij Sean en ik kiezen voor de meer beschutte keuken in plaats van de woonkamer. Niet veel later stappen er twee Amerikaanse meiden de keuken binnen. Eéntje spreekt Nederlands, haar man heeft bij de NAM in Assen gewerkt. Ze start een verhandeling over de fietsende Nederlanders, tot en met bejaarden toe en legt een verband met ons vlakke landje. Twee andere Amerikaanse dames stappen binnen en even later nog twee en ik zeg tegen Sean dat we nog nooit zoveel dames in onze keuken gehad hebben. En dat er een verband moet zijn met het feit dat hij in het raam zit.

Daarna is het lekker stappen, we halen een hoop lopers in. We besluiten de volgende stop niet zozeer op tijd te baseren, maar op een mogelijkheid om droog te zitten. We vinden net na het beekje Allt Coire a' Mhuillinn een perfecte plaats op kurkdroge grond onder zeer dichte naaldbomen. Het eerste Scotched Egg moet er hier aan geloven. Als we Nevis Forest uitlopen krijgen we een blik op de Ben Nevis. Die hangt vrijwel geheel in de wolken en zo hoef ik gelukkig niet te balen over een gemiste kans. Hier scheiden onze wegen, Sean slaat af naar de jeugdherberg.

 

Achteraf had ik dat ook moeten doen, want daar is de enige camping. Maar ik ben op een Schot afgegaan die me vertelde dat er bij het station in Fort William ook een camping is. Niet dus, ontdek ik in Fort William, en nu vertel ik mezelf dat ik die nacht een echt bed verdien. In teruglopen naar de camping heb ik geen zin meer.

Bij de supermarkt kom ik Wijnvlek tegen, die heeft dus nog een aardige inhaalslag gemaakt. De avondmaaltijd gebruik ik bij een chinees, een tipangerecht heet daar sizzling nog wat. Smaakt prima. 's Avonds een afsluitende borrel in de Crofter, the place to be. Lex, Margreth, Nicole, Barbé en ik hebben een Hollands onderonsje, maar niet te lang want er speelt een duo en er zijn nog genoeg andere mensen te spreken of om afscheid van te nemen. Alle Amerikaanse dames zijn er ook. Het blijkt dat hun, hier nu ook aanwezige, mannen allemaal in Edingburgh werken. Allemaal erg gezellig en als de kroeg sluit neem ik de Zes Belgen mee naar een bar die open is: die in mijn hotel. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Terugreis, 15 en 16 mei 2004

Want 's morgens slaap ik falikant door de wekker heen en mis de trein naar Glasgow. Dat wordt dus een taxi, niet bepaald een investering waar je blij van wordt. Grog is de chauffeur en we hebben het over van alles. Gog heeft een jaren tachtig programma opstaan en ik meen de Simple Minds te horen. Gog gelooft het niet, maar moet z'n mening even later bijstellen. Even later de song 'Fascist Groove Thang' en dat is een inkopper: Heaven 17. Maar hij gelooft het weer niet en dat kost hem nu een pakje sigaretten. Goede deal, want voor een pakje Marlboro tik je hier vijf pond af. Dan maakt hij het mij moeilijk, want hij vraagt welke bekende band uit Holland komt. Ik probeer het met Shocking Blue, Golden Earring en probeer me er uiteindelijk uit te redden met: "you can't ride a bike and play guitar at the same time….". We krijgen het ook over auto's, ik vertel over Saab en Gog heeft een snelle BMW gehad. Daarmee is dan ook gelijk het verband met de nu volgende inhaalmanoeuvres gelegd en ik besef te laat mijn verantwoording ten opzichte van de andere passagiers. De route volgt een behoorlijk deel van de WHW en Gog waarschuwt bijtijds als het pad zichtbaar wordt. Leuk om dat vanuit een ander perspectief te zien. Loch Lomond wordt langs de andere kant gedaan en we passeren de Drovers Inn. Iets na twaalven staan we voor Glasgow Central Railstation en we nemen afscheid. Hier vandaan vertrekken er weliswaar treinen richting Edinburgh, maar nu even niet. Daarvoor moet je op dit tijdstip naar Glasgow Queen Station en dat kan je het beste lopend doen, want een directe verbinding is er niet!

Goed getreind, snelle aansluiting in Edingborough naar Newcastle. In een pub tegenover het station dood ik een uurtje tijd. Ik kom net op tijd binnen om Ruud van Nistelrooij voor Manchester United te zien scoren. Er start een vrijgezellenfeestje en de dames lopen met teksten op de t-shirts als 'Anal Annie, Chlamydia Lydia' etc. De aanstaande bruid zeult met een mannelijke opblaaspop, zonder onderbroek maar wel met toebehoren.

De boottocht is ok, weinig aanspraak dit keer. Gesprekje met een Nederlandse jongen die, zegt hij, is wezen hiken. Alleen daarna heeft hij het alleen nog maar over het autootje waarmee hij van .. naar… en toen naar…ging. Welk vlees we in kuip hebben is dan wel duidelijk en als hij dan ook nog mijn pint van de bar pakt is het tijd om naar de hut te vertrekken. Even dreigt het een goede nachtrust te worden, maar een hut met uitzicht op de voorplecht blijkt tevens boven de disco te liggen. Wees dus gewaarschuwd en DFDS Seaways, dit is een absolute misser. In de minibar staan nog wat, hoe kan het anders, miniflesjes en die moeten er nu aan geloven.

In IJmuiden zie ik Jaap Saab al staan, maar Brenda en Bikkel Bakker van de Baljuw nog niet. Ze blijken op de pier te hebben gestaan. Zoveel initiatief had ik nu ook weer niet verwacht, de zelfoverwining om naar hier te rijden vond ik al heel wat. Ze vinden het allebei leuk om me weer te zien, wat Brenda uit met een superzachte zoen en Bikkel met een paar vette likken. 's Avonds thuis in de tuin een culinair hoogstandje van Brenda, jemig wat kan die meid koken.

 

Terugblik

Een paar weken na terugkomst bekijken Paul en ik WHW-foto's. De serie van Paul naast de serie van mij en met de kaart erbij. Wat is dat ongelooflijk leuk! Zijn foto's, die ik al eerder zag, zijn nu tot leven gekomen, zijn verhalen vallen nu op hun plaats…. Wat vond ik nu van deze loop? Of moet je het geen loop noemen, is het een evenement…. Hoe dan ook, de loop biedt een fraaie opbouw in landschappelijk schoon. Van een licht glooiend landschap via de oevers van een prachtig meer naar moor- and highlands. En qua beleving helpt het als je weet dat drijvers en militairen de tweede helft van de loop al way back liepen. Als evenement staat het relatief grote aantal lopers garant voor veel sociale contacten en vindt een bijzonder proces van verbroedering plaats naarmate de loop vordert. Twee hele bijzondere pubs helpen daar een hand bij: Drover's Inn in Inverarnan en de Climbers Bar in Kingshouse Hotel. Wil je in de natuur een beetje tot jezelf komen dan is dit niet de juiste wandeling.

Maar als kennismaking met lange afstandswandelingen met een beetje hoogteverschillen juist weer wel. En ook als kennismaking met Schotland.


Want er valt nog veel meer te lopen en te bekijken hier. Dat er een Schotland-vervolg komt is duidelijk, de Highland High Way lijkt me een erg leuke uitdaging. Dat mede dankzij de verhalen van Lex en Margreth en van Willem. En natuurlijk de foto's van Willem, die na mij naar Schotland ging en er een prachtige serie heeft gemaakt. Met veel gevoel voor compositie laat hij zijn mascotte een fantastisch avontuur beleven. By the way, z'n stappenteller is spontaan weer tot leven gekomen.



Leendert P. Bakker, Hoorn, juni 2004.
 

Cowshead, Amsterdam / cowshead at telfort.nl / © 2008-2020 by Cowshead.