• Leendert P. Bakker

Was sich liebt das neckt sich


Marijke vraagt me om iets meer te schrijven over mijn militaire periode. Die besloeg eigenlijk twee periodes: mei 1979 tot en met augustus 1980 als dienstplichtig sergeant en mei 1981 tot en met april 1985 als tijdelijk beroepssergeant. In beide gevallen begonnen die met opleiding bij de Intendance in Bussum, om daarna bij respectievelijk 43 Herstelcompagnie in Havelte (Johannes Postkazerne) en 107 Afdeling Veldartillerie (Lt. Kol. Tonnetkazerne) aan de slag te gaan.

Nu valt er veel te schrijven, maar laat ik vanuit het vorige stukje verder gaan. Want wat daar niet in vermeld wordt, is dat Paul daar ook wel eens met z’n mannen kwam om de kernkoppen te bewaken. We hebben elkaar toen op de Tonnetkazerne ontmoet en een kop koffie gedronken. Op een tegenbezoek heeft Paul lang moeten wachten. Dat gebeurde pas toen hij in Havelte op de Johannes Post werkzaam was, een jaar of zeven, acht geleden Paul? Tot onze beider grote verrassing hield Paul kantoor op 1-hoog, recht tegenover van wat – van november 1979 tot en met augustus 1980 – mijn kamer was in het Onderofficiershotel op de Johannes Postkazerne. Daar sliep je dan als je daar doordeweeks was.

Die kamer kon niet op slot, omdat daar ook de nooduitgang zat. Dat wisten de onderofficieren van 434 Infanterie Beveiligings Compagnie Van Heutsz – die daar in andere kamers sliepen – ook. Ruig volk. In normale doen had je geen last van ze. Dan dronken ze bier en gooiden ze dingen uit de ramen. Maar terug van oefening, na heel veel bier, kwamen ze al schreeuwend en zingend in polonaise onze kamer binnen om via de nooduitgang de trap naar buiten te nemen. Daar heb ik veel van geleerd.

Want ook de kamer van de Sergeant van de Dag kon niet op slot. Sergeant van de Dag was een roulerende dienst, die merkwaardig genoeg met name de avond en de nacht besloeg. Optreden bij calamiteiten, orde houden en de mannen ‘s morgens wakker maken. De kamer kon je dus altijd binnenlopen, dat was zeg maar het ontvangst/kantoorgedeelte. Maar de achterste helft was afgescheiden met een kamerbreed schot van twee meter hoog, met ramen en een deur. En die deur kon wél op slot. Boven het schot zat nog zo’n zestig centimeter ruimte. Achter dat schot sliep je dan als Sergeant van de Dag. Of je collega als hij dienst had. En daar paste ik dan mijn opgedane kennis op toe.

Eerst pilzen in de Onderofficiersbar en als die sloot nog even langs 43 Herstelcompagnie om de Sergeant van de Dag een goede nacht te wensen. Dat hield dan in dat je met veel lawaai de kamer binnenkwam, door de deur naar het tweede gedeelte ging en via het raam weer naar buiten verdween. De eerste keren wisten die gasten natuurlijk niet wat ze overkwam. Voordat ze echt wakker waren was jij al weer weg. En ze snapten niet waarom je door de deur naar binnenkwam en via het raam weer vertrok.

Later ging het verhaal de ronde en waren ze beter voorbereid. Toen deden ze de tussendeur op slot. Maar dat was geen probleem, want in plaats van door het schot, ging ik erover heen. Probleemloos, want goed getraind door Hare Majesteit. Het was altijd afwachten wie je meekreeg, want ook ik wilde er graag een polonaise-element in brengen. Maar de meeste keren deed niemand me na. Wellicht lag dat aan de sprong uit het raam naar buiten in het donker. Best wel diep en je kon niet zien waar je landde.

Toen ik afscheid nam van 43 Herstelcompagnie kreeg ik een pen met de inscriptie ‘Het Beest, 43 Herstel, 1979-1980’. Een twijfelachtige eer, maar ik denk dat ze niet snapten waar die acties om gingen. Ik toen ook niet. Het was plagerij zonder iemand te beschadigen. Op de pen had beter kunnen staan: ‘was sich liebt das neckt sich’. Maar of ik dat tegen de Van Heutszers had moeten zeggen…

#atwork #tekst

17 keer bekeken

Cowshead, Amsterdam / cowshead at telfort.nl / © 2008-2020 by Cowshead.