• Leendert P. Bakker

Geen drietebulen

We zijn er nog niet helemaal uit, de naam voor ons nieuwe huis. Maar we hebben de keus wel aardig teruggebracht. We hebben nu drie kandidaatnamen: Koeskop, In De Koppige Koe of we blijven gewoon Cowshead Inn gebruiken. Wat zijn de overwegingen?


Koeskop is Cowshead op z’n Nederlands en de koeienkoppen aan de muren zijn verklaard. Wat mist is de warmte die van ‘Inn’ afstraalt, het welkom zijn, de vork die je mee kan prikken, het bed waar je in kan slapen. Tamelijk unieke naam ook, als je zoekt op internet vind je een weerstation op een niet al te bijster interessante plek in Zuid Afrika, vlakbij de grens met Namibië. Die concurrentie kunnen we wel hebben.


In De Koppige Koe is ook een fijne naam, heeft niet de nadelen van Koeskop, maar heeft wel de assocatie met In De Soete Suikerbol. Om daarin mee te gaan of te voelen moet je wel een zekere leeftijd hebben. Of een oude ziel. Het gaat om een serie kinderboekjes van W.G. van de Hulst, waarin de avonturen van een dikke bakker met zijn lastige vrouw worden beschreven. Nou ben ik inmiddels wel een dikke bakker, maar om ‘mijn vrouw’ als lastig te bestempelen gaat echt te ver. En mocht ik toch het lef hebben, dan is het de vraag wiens kop voortaan de gevel siert.


Ja, of Cowshead Inn. Als ze ergens ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ hebben uitgevonden, dan is het wel in De Achterhoek. Daarom ligt de huidige EO-serie ‘Typisch Achterhoek’ ook niet lekker hier. In de serie figureren bijzondere personen, maar het vertelt niet het verhaal van de gewone lokale bewoners, wat ze beweegt en wat het leven hier de moeite waard maakt. Stel je voor dat wij dan aankomen met een Engelstalige naam voor ons huis. Aan de andere kant, het blijft een naam waarvan je kunt zeggen dat de vlag de lading dekt. En we zijn geen drietebulen.


Nu ik dit schrijf moet ik weer denken aan de theedoek waarmee we in ‘Huize Jo en Jaap’ in Brummen de vaat afdroogden. Daar stond het volgende Friese gezegde op: ‘It is de boer allike folle, oft de ko skyt of de bolle’. Als de buitenwereld er achter komt dat er vijftig procent Fries bloed door mijn aderen stroomt, dan declameer ik dit gezegde als bewijs. Dat maakt dan steevast diepe indruk, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat dit gezegde wel zo’n beetje mijn totale Friese woordenschat vertegenwoordigd. Maar goed, terug naar het onderwerp: zo’n gezegde spreekt qua betekenis de Achterhoeker zeker aan.


We gaan ze hier niet opsommen, maar de volgende wil ik jullie toch niet onthouden: ‘I-j mag mien wel an de boks kommen, moar alleen at e an den draod hink’. Prachtig!

10 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven