• Leendert P. Bakker

De bok, de geit en Jan Piet Joris

Bijgewerkt: jun 6


Leen heeft zich voorgenomen om mij te ontvoeren. Dat betekent een verrassend avondje uit. Hij neemt mij mee naar Toneelgroep Oostpool in het Utrechtse Griftpark waar de kapelaan een schijnheilige rotzak blijkt te zijn: Hij houdt van God, van mensen en van liefde… Het mooie bokkenmeisje met haar zo zwart als glimmende kolen nam hem in vertrouwen, vertelde over haar liefde voor de geitenjongen met vel dat licht geeft in het donker. Maar bokkenmeisjes en geitenjongens gaan niet samen, dat weet iedereen. De kapelaan die geit noch bok was moedigde de liefde aan en speelde vals spel. Van de ene op de andere dag hoorde het bokkenmeisje niets meer van de geitenjongen, haar geliefde verdween als in een oorverdovende stilte uit haar leven. Na een periode, zo lang als de helft van een mensenleven, komen het bokkenmeisje en de geitenjongen elkaar weer tegen. Uit de herinneringen die zij samen ophalen blijkt de waarheid.

De Utrechtse fanfare, waar Evelyn Heugens die we van de NBA kennen in speelt, zorgde voor de muzikale omlijsting van dit prachtige theaterstuk. Was het de leugenachtige kapelaan, waren het de verloren jaren van de helft van een mensenleven? Was het de liefde die voorgoed verdwenen was, de eenvoudige schoonheid van deze vertelling of de wijze waarop deze was vertolkt… Ik was ontroerd, zo erg zelfs dat ik achter de Esvo-tent waar die avond gedichten van Levi Weemoed werden voorgedragen, mijn tranen moest bedwingen.

In het buitenrestaurant waar we eerder een overheerlijke lamsschotel hadden gegeten was het tijd voor drank. Even later kondigde Broekneus zich aan. “Kijk…Kijk dan toch: de maagdelijk witte lakens aan de waslijnen. En de hemdjes staan bol in de wind. En de broekjes staan bol in de wind. En de bloesjes staan vol in de wind. En de schaamschortjes wapperen. En de kniekousjes klapperen. En de lijfjes schommelen. En de negligeetjes schudden van neeneenee naar de mouwen van de jongens. En de onderjurkjes wenken de herenhemden. Meemeemee.”

Zo begint de ballade over de impotente JanPietJoris van der Neuk die hulp zoekt bij een schijnheilige pastoor en hoogbejaarde prostituee. Aan de lijn wappert de schone was, vrouwen met kinderen op de arm lachen in de zomerzon, de korenschoven drogen op het land en aan beide zijden van het podium zien we de erotische beelden van verleidelijke meeldraden. Met JanPietJoris komt het goed. De ‘opera beffo’ eindigt met een triomfantelijk “Van der Neuk neukt!… Van der Neuk neukt!… Van der Neuk neukt! ”

Het was een fantastische ontvoering. Dankjewel Kid Nappie.


Karin.


#hetdagelijksleven

8 keer bekeken

Cowshead, Amsterdam / cowshead at telfort.nl / © 2008-2020 by Cowshead.